Stichting Parelmoer
Home
Stichting Parelmoer
Organisatie
Afbeeldingen
Informatie
Links
Contact
Nieuws
Producten en diensten
Informatie

AANDACHTSPUNTEN VOOR DE BEGELEIDER

Onderstaande tekst is afkomstig uit de handleiding bij de map Ik mis je zo. Voor verdere informatie verwijzen we naar deze handleiding.

 

-        Ga uit van de mogelijkheden van mensen met een verstandelijke beperking en geef hen de tijd om te kunnen volgen. Door hun beperking zijn ze extra kwetsbaar. Daarom moeten ze kunnen rekenen op de steun en bescherming van de omgeving. Hun welbevinden wordt vergroot als de wereld voor hen overzichtelijk, begrijpelijk en voorspelbaar wordt gemaakt. Respecteer hun grenzen daarbij.

 

-        Probeer duidelijkheid te krijgen hoe de band van de overleden persoon met de betrokkene is geweest. Het verlies raakt dieper als de overledene veel heeft betekend voor degene die achterblijft. Verder is het van belang de omstandigheden te kennen rondom het overlijden. Is het al dan niet onverwacht? Wat is er mogelijk aan vooraf gegaan? Het bevatten van een verlies is nog moeilijker als het niet mogelijk is om afscheid te nemen.

 

De vader van Marja is bij een bedrijfsongeval om het leven gekomen. Vanwege de opgelopen verwondingen heeft Marja haar vader niet meer kunnen zien of aanraken. Nog jaren daarna heeft ze regelmatig de idee dat hij ergens achter haar is en praat ze tegen hem.

 

-        Zorg zo mogelijk dat er naast de steun van de vaste begeleiding ook steun is van familieleden, vrienden of anderen. Het krijgen van erkenning en het kunnen delen van verdriet biedt veel mensen troost. Het is van belang mensen met een verstandelijke beperking de tijd te gunnen om eigen woorden en beelden te vinden. Erken en respecteer het eigen verhaal.

 

De dag na het overlijden van haar moeder zegt Nellie: ‘Hè, hè, nou is mama dood’. Als blijkt dat Nellie er verder niet over kan vertellen, antwoordt een ander: ‘ Ja, maar het is toch ook goed zó. ‘ ‘Wat is goed?’, vraagt Nellie en antwoordt vervolgens: ‘Ik vind het jammer. Nu zie ik mama nooit meer.’

 

Nellie is heel duidelijk, het is heel jammer dat mama dood is. Hieruit blijkt de betekenis voor haar. Het is belangrijk om dergelijke reacties en gedragingen rondom de dood en het rouwen van mensen met een verstandelijke beperking vast te leggen. Het gedrag zegt iets over de persoon en het hoort bij het levensverhaal om deze mensen te kennen.

 

-        Mensen met een verstandelijke beperking zijn hun hele leven in meer of mindere mate aangewezen op zorg. Ze hebben ondersteuning nodig van begeleiding, familie en vrienden op vele terreinen en zeker in het kunnen omgaan met het overlijden van een geliefd persoon. Het vereist behalve liefde, gevoel en intuïtie een bepaalde deskundigheid, kennis en inzicht.

 

-        De rol van de begeleiding is belangrijk en geeft ook een bepaalde verantwoording ten opzichte van mensen met een verstandelijke beperking. Mensen met een verstandelijke beperking hebben geen invloed op de toewijzing van begeleiders en de kwaliteit van de emotionele relatie. Begeleiders kunnen elkaar vervangen of wisselen van werkplek.

 

-        Hoe begeleiders met de dood omgaan, hangt sterk af van de eigen ervaringen en de persoonlijke ontwikkeling. De eigen visie over leven en dood speelt daarin een rol. Ook de eigen achtergrond en gevoelens doen mee.

 

-        Het risico bestaat dat eigen gevoelens en verdriet van de begeleider worden overgedragen op de ander. Het is lastig te begrijpen hoe mensen met een verstandelijke beperking tot de orde van de dag kunnen overgaan en gewoon vrolijk zijn. Kennis hebben van de reacties en inzicht in de gedragingen van de persoon, voorkomt veel onbegrip.

 

-        Het is belangrijk voor de begeleiders om kennis te hebben over omgaan met rouw. Om iemand goed te kunnen begeleiden is het van belang te weten op welk niveau iemand functioneert, welke ontwikkelingsniveaus er zijn en welke aspecten een rol spelen bij het omgaan met dood en rouw.

 

-        Zorg dat mensen met een verstandelijke beperking ruimte krijgen om hun gevoelens te uiten, op een goede manier worden benaderd en dat signalen worden opgepakt.

 

-        Voor niemand is er een termijn wanneer het rouwen is afgesloten. Belangrijk is de ontwikkeling te volgen en zo te zien of rouw het dagelijks functioneren belemmert. Probeer er in het tempo van de persoon met de verstandelijke beperking naar toe te werken dat het beleven van plezier terug komt en de persoon weer beter aanspreekbaar is.

 

-        Verplaats je in de belevingswereld van de mens met een verstandelijke beperking. Realiseer je dat de belevingswereld (en daarmee de vraag en ook het aanbod) als gevolg van ingrijpende gebeurtenissen kan terugvallen naar een ander niveau.

 

-        Betrek hen zoveel mogelijk bij alles wat geregeld moet worden. Luister naar de wensen. Laat hen zelf waar mogelijk taken uitvoeren zodat ze zich betrokken en erkend voelen. Denk aan het verzorgen van de dode, brieven in de enveloppen doen en deze dichtvouwen, postzegels plakken, naar het postkantoor gaan, een kaars aansteken en bloemen dragen.

 

-        Geef mensen met een verstandelijke beperking de ruimte om gevoelens te uiten. Denk aan de ‘trage momenten’. Praat in begrijpelijke woorden over verdriet. Boekjes kunnen daarbij een hulpmiddel zijn (zie suggesties achter in deze handreiking). Gebruik duidelijke en eenduidige taal. Gebruik in de taalvorm de verleden tijd en benoem dat de overledene dood is.

 

-        Besteed op speciale dagen extra aandacht aan het overlijden. Bijvoorbeeld op de sterfdag of op de verjaardag. Bezoek het graf of brandt een kaarsje. Laat gevoelens uiten door te tekenen, verven, boetseren of anders.

 

-        Als je iets niet weet, dan is dat zo. Zoek de informatie op, vraag het aan iemand anders maar ga niets verzinnen om zogenaamd te helpen.

 

-        Maak gebruik van verdrietpoppetjes, knuffelbeesten, muziekdoosje bij het slapen gaan of overdag als het zomaar ineens moeilijk wordt. Ook samen koffie drinken doet wonderen. Het gaat om de speciale aandacht die dan net even nodig is. Niet het wat, maar het hoe doet er toe.

 

-        Iemand kan letterlijk behoefte hebben aan warmte. Een warme deken, bad of douche kan dan helpen. Als het voorstel om te helpen wordt afgewezen, neem dat dan niet op als een persoonlijke afwijzing. Mensen in rouw vertonen onvoorspelbaar gedrag. Het gevoelsleven gaat op golven. Het ene moment wijzen ze hulp af, het volgende moment stellen ze dit op prijs. Hulp aanbieden op een slecht moment, is nog altijd beter dan helemaal niets doen.

 

-        Let op signalen. Dit kunnen gedragsveranderingen zijn en ook lichamelijk klachten waar geen oorzaak voor wordt gevonden. Ga ervan uit dat ook mensen met een verstandelijke beperking bezig zijn met het verlies al laten ze dat niet altijd merken. Ga in op signalen of begin er zelf over. Vraag regelmatig hoe het gaat, ook al lijkt er geen aanleiding voor te zijn.

 

-        Zorg dat mensen met een verstandelijke beperking altijd bij je terecht kunnen, welk gedrag ze ook vertonen. Dit hoeft niet per se de vaste begeleider te zijn. Soms zijn de reacties veel heftiger dan je zou verwachten. Veroordeel het gedrag niet, maar biedt hen de veiligheid om hun verdriet ook op een andere manier te uiten. Soms is een periode van intensievere begeleiding nodig.

 

-        Schrik niet van bizarre uitspraken die mensen met een verstandelijke beperking kunnen hebben over de dood. Het is een manier om te proberen grip te krijgen op het verlies en de verandering.

 

Informatie